Uit: De Twentsche Courant Tubantia
dinsdag 13 april 2010
Door Karel Masselink
Als er één zaak is waarin Wilhelmina als symfonisch blaasorkest echt uitblinkt, dan is dat wel muzikale beheersing. Daar was zondagmiddag weer eens een fraai staaltje van te horen in de Glanerbrugse N.H. Kerk.
Hoewel Wilhelmina nog niet eens het achterste van de tong liet zien, passeerde er in de ongeveer een uur durende presentatie een indrukwekkende serie concertwerken, stuk voor stuk opvallend vanwege de geweldige balans en het voortdurend zoeken naar de optimale vorm.
Met de bruisende en wervelende Symfonic Overture van James Barnes werd geopend. De beginmaten kwamen nog wat onwennig over, maar het vervolg was uitermate goed, met prachtige soli van onder meer althobo en altsax. Thomas Doss liet zijn fantasie de vrije loop bij het componeren van het werk Sidus, waarin hij stellaire stelsel vanuit de ruimte gezien probeerde te klankschetsen. De muziek, verrassend, speels en kleurrijk, liet voor de beeldvorming weinig te wensen over. Gespeeld in het donker en met visuele aspecten, zou er eventueel nog wat extra's aan kunnen worden toegevoegd.
Het zwaartepunt van Wilhelmina's uitvoering was zonder meer de Caucasische Epode van Ed de Boer. het onderhuids, broeierige karakter en enkele typische kenmerken van de Armeense volksmuziek, werden raak getypeerd in deze compositie. De donkere en sonore tonen van het lage koper, de vele medolielijnen in het houtregister en de puntige en onregelmatige ritmiek, zorgden voor boeiende contrasten in het werk.
Als intermezzo in het programma van Wilhelmina, speelde harpiste Maaike Bosscher The Nightingale van Deborah Henson-Conant: een teer en lieflijk klinkend muziekplaatje. De muzikale verzachting goldt als een meerwaarde voor het concert.
Harmonie O.B.K. uit Zeist gaf een andere draai aan de middag. Lichte muziek met een jazzy tintje is een specialiteit van dit orkest en dat werd gedemonstreerd. Het zal ongetwijfeld aan de zaal hebben gelegen, maar de totaalklank van dit orkest kwam voortdurend te massief over. Tevens pakte niet alle gespeelde muziek even goed uit. Desalniettemin wist O.B.K. een aardig raffinement te bereieken in het uitvoering. Vele solo's en solotrekjes in alle secties van het orkest gaven kleur aan het programma